lipiden

Lipiden

Je kent de onderdelen en structuur van lipiden en kan deze tekenen. Je kent de reacties met lipiden en de functies en gezondheidsaspecten van de verschillende lipiden.

  1. Je kent de classificatie van waxen (wassen), oliën en vetten en andere lipiden
  2. Je kent de onderdelen van waxen (wassen) en kan de structuurformules tekenen.
  3. Je kent de onderdelen van vetten en oliën en kan de structuurformules tekenen.
  4. Je kent de opbouw van vetzuren en kent de impicatie van verzadigd, onverzadigd, cis- en trans- vetzuren op de vloeibaarheid.
  5. Je kan de gezondheidseffecten uitleggen mbt verzadigde vetten, cis- en trans- vetten en kent de omega-aanduiding.
  6. Je kent de reactie waarbij van vet/olie zeep wordt gemaakt: saponificatie.
  7. Je kan de werking van zeep uitleggen met duiding van polair en apolair.
  8. Je weet wat een Ca-of Mg-carboxylate is.
  9. Je kent de bouw van fosfolipiden. Je kent ook de structuur van de bouwsteen van membranen: fosfatidylcholine.
  10. Je begrijpt en kan uitleggen hoe een membraan is opgebouwd.
  11. Je ken de algemene structuur van steroiden en kent de functie (hormonen). Bv testosteron en progesteron.

Leerdoel 1-5: deze zijn gebaseerd op par. 16.1

  1. Je kent de classificatie van waxen (wassen), olien en vetten en andere lipiden
  2. Je kent de onderdelen van waxen (wassen) en kan de structuurformules tekenen.
  3. Je kent de onderdelen van vetten en olien en kan de structuurformules tekenen.
  4. Je kent de opbouw van vetzuren en kent de impicatie van verzadigd, onverzadigd, cuis en trans vetzuren op de vloeibaarheid.
  5. Je kan de gezondheidseffecten uitleggen mbt verzadigde vetten, cis en trans vetten en kent de omega-aanduiding.

Filmpje over hydrogenatie en uitleg over cis trans

Leerdoel 6-8: zie par 16.2:

6. Je kent de reactie waarbij van vet/olie zeep wordt gemaakt: saponificatie.

7. Je kan de werking van zeep uitleggen met duiding van polair en apolair.

8. Je weet wat een Ca-of Mg-carboxylate is.

 

Leerdoel 9 en 10: Zie par 16.3

9. Je kent de bouw van fosfolipiden. Je kent ook de structuur van de bouwsteen van membranen: fosfatidylcholine.

10.Je begrijpt en kan uitleggen hoe een membraan is opgebouwd.

Leerdoel 11: Zie par 16.4

11. Je ken de algemene structuur van steroiden en kent de functie (hormonen). Bv testosteron en progesteron.