koolhydraten

Leerdoelen met details

Koolhydraten

Je kent de structuur van enkelvoudige en meervoudige suikers.  Je kan de lineaire en ringvorming tekenen (o.a. Fisherprojectie) en kent de diverse  stereo isomeren en kan die aanduiden. Je weet hoe suikers gekoppeld zijn en kent de oxidatie en reductie reacties.

  1. Je kent de bouw van monosacchariden en kan deze uitleggen. Je kent begrippen als ketose, aldose, hexose, pentose en deoxy-suikers. Je kan ringvorming uitleggen.
  2. Je kent de enantiomeren vormen van koolhydraten; D- en L-naamgeving, links en rechtsdraaiend, α- en β-hydroxylgroepenn mutarotatie.
  3. Je kan de fisherprojecties tekenen en uitleggen.
  4. Je kan  eenvoudige reactievergelijkingen met koolhydraten opstellen. Je kent de oxidatie en reductie van monosachariden
  5. Je kent en kan koolhydraten karakteriseren: monosacharide, disacharide, polysacharide, daarbij ken je de 1,4-linking en 1,6-linking.
  6. Je kan de functie van koolhydraten voor organismen benoemen.

Ik geef hier de aanwijzingen op basis van de aangegeven paragraven: Per paragraaf geef ik aan hoe je die kan bestuderen.

leerdoel 1: Je kent de bouw van monosacchariden en kan deze uitleggen. Je kent begrippen als ketose, aldose, hexose, pentose en deoxy-suikers. Je kan ringvorming uitleggen.

Lees paragraaf 14.0. De reactie vergelijking op blz 470 is die van de fotosynthese (+ zetmeel). Deze onthouden.

Paragraaf 14.1: Het begrip mono-, di-, oligo- en poly-sachariden kennen. De algemene opbouw van koolhydraten, en het verschil tussen aldoses en ketoses.

Kijk goed hoe de ringvorming plaatsvindt. Let op de telling van de C’s en kijk ook bv naar de ringvorming van een ketohexose als fructose. Ringvorming (hemiacetaalvorming) is ook aangegeven in paragraaf 14.5

Een vijfring heet een furanose en een zesring een pyranose

Leerdoel 2: Je kent de enantiomeren vormen van koolhydraten , α- en β-hydroxylgroepen; D- en L-naamgeving, R- en S-naamgeving, open en ketenvorm, links en rechtsdraaiend, plus- en min-configuratie en mutarotatie.

 

Lees paragraaf 14.3 – 14.6

 

leerdoel 3: Je kan de fisherprojecties tekenen en uitleggen.3

 

Zie paragraaf 14.2. Het beste werkt het om een 3D model te nemen en die voor je te houden met de C’s steeds naar je toe en de  zijgroepen links en rechts naar achteren buigend. De resulterende lineaire vorm geeft inzicht in hoe de circulaire er uitziet.  Zie ook de figuur bovenaan blz 473: 

Alle OH groepen naar rechts in de lineaire staan naar beneden in de circulaire vorm, alle OH naar links in de lineaire staan naar boven in de circulaire vorm.

Ringvorming

Leesrdoel 4: Je kan eenvoudige reactievergelijkingen met koolhydraten opstellen. Je kent de oxidatie en reductie van monosachariden.

 

Lees 14.7

Leerdoel 5: Je kent en kan koolhydraten karakteriseren: monosacharide, disacharide, polysacharide, daarbij ken je de 1,4-linking en 1,6-linking.

 

 

lees paragraaf 14.8 – 14.10

Leerdoel 6: Je kan de functie van koolhydraten voor organismen benoemen.

 

zie paragraaf 14.10 en 14.11

kunnen uitleggen hoe met bloedgroepen zit bij bloedtransfusie. Opbouw bloedgroepen hoef je niet te weten.