DNA / RNA

Leerdoelen

DNA, RNA en nucleïnezuren

Je kent de algemene structuur en eigenschappen van DNA en RNA. Je hebt inzicht in de erfelijkheid en processen als: replicatie, transcriptie en translatie.

  1. Je kent de bouw van deoxyribonucleic acid (DNA) en kan deze uitleggen en schetsen. Je kent de onderdelen en termen als, nucleotide, nucleoside, desoxyribose, nummering 5’ en 3’, basen, purines, pyrimidines, Adenine, Guanine, Cytosine, Thymine (en Uracil).
  2. Je kent het Watson-Crick model van DNA en weet hoe de basen paren.
  3. Je kent de begrippen als replicatie, transcriptie en translatie.
  4. Je kan replicatie uitleggen op basis van een figuur. Je begrijpt hoe de nieuwe streng wordt gevormd en weet wat Okazaki fragmenten zijn en waartoe die dienen.
  5. Je kan transcriptie uitleggen. Je begrijpt hoe RNA wordt gevormd en kent de verschillende soorte RNA die gevormd kunenn worden. Je kent de begrippen sense en antisens, complementerende RNA streng en de 5’ – 3’ richting.
  6. Je kan translatie uitleggen. Je begrijpt hoe mRNA de blauwdruk is van peptiden (eiwitten). Je kent de begrippen codon en anticodon, de bijbehorende  5’ – 3’ richting. tRNA.

Leerdoel 1: zie par 16.5:

Je kent de bouw van deoxyribonucleic acid (DNA) en kan deze uitleggen en schetsen. Je kent de onderdelen en termen als, nucleotide, nucleoside, desoxyribose, nummering 5’ en 3’, basen, purines, pyrimidines, Adenine, Guanine, Cytosine, Thymine (en Uracil).

Leerdoel 2 en 3: zie par 16.6:

Je kent het Watson-Crick model van DNA en weet hoe de basen paren.

Je kent de begrippen als replicatie, transcriptie en translatie.

Twee interessante filmpjes over DNA structuur en opvouwing van DNA in de cel:

Leerdoel 4: par 16.7:

Je kan replicatie uitleggen op basis van een figuur. Je begrijpt hoe de nieuwe streng wordt gevormd en weet wat Okazaki fragmenten zijn en waartoe die dienen.

 

Zie ook de twee links naar animaties van replicatie

Zie ook de onderdelen DNA replicatie van H16.2 van Campbell, specifiek figuur 16.11, 16.14 en 16.17 (elo)

Leerdoel 5: zie par 16.8:

Je kan transcriptie uitleggen. Je begrijpt hoe RNA wordt gevormd en kent de verschillende soorte RNA die gevormd kunenn worden. Je kent de begrippen sense en antisens, complementerende RNA streng en de 5’ – 3’ richting.

Zie ook link naar animatie van transcriptie. Bekijk eerst tot 2 min en 6 sec.

Leerdoel 6: zie par 16.8:

Je kan translatie uitleggen. Je begrijpt hoe mRNA de blauwdruk is van peptiden (eiwitten). Je kent de begrippen codon en anticodon, de bijbehorende  5’ – 3’ richting. tRNA.

Zie links naar animaties. De eerste starten bij 2 min en 6 sec.