Biologische macromoleculen en lipiden

Leerdoelen

Macromoleculen en lipiden

Je kent opbouw (en reacties) van macromoleculen uit monomeren. Je kan de opbouw, structuur, onderlinge verschillen verklaren en tekenen van de macromoleculen en monomeren van (poly)sachariden, lipiden, eiwitten en nucleïnezuren.

1. Je begrijpt dat macromoleculen polymeren zijn die opgebouwd zijn uit monomeren. Je kent de dehydratatie en de hydrolyse reactie.

2. Koolwaterstoffen: 

2a. Je kent de structuur van monosacchariden: trioses, pentoses en hexoses, aldoses en ketoses. Je kent de ringsluiting en nummering van de koolstof atomen in de lineaire en de circulaire vorm.

2b. Je kent het begrip glycoside binding en mono-, di, polysacharide. En kan dit ook tekenen. Je kent de verschillen tussen α- en β- monomeren zoals glucose en de verschillende polymeren die daaruit gevormd worden.

2c. Je kent de verschillen tussen cellulose, zetmeel en chitine.

3. Lipiden: 

3a. Je weet wat onverzadigde en verzadigde en cis- trans- vetzuren zijn en kan de implicaties voor vloeibaarheid uitleggen.

3b. Je weet hoe eetbare vetten en oliën zijn opgebouwd en kan deze tekenen.

3c. Je kent globaal de eigenschappen en opbouw van fosfolipiden en steroïden.

4. Eiwitten: 

4a. Je kent de algemene functies van eiwitten.

4b. Je kent de algemene structuur van aminozuren en peptide bindingen in een eiwit kan deze tekenen. Je kent globaal de indeling van de 20 aminozuren naar eigenschappen zoals niet-polair, polair en geladen.

4c. Je kent de vier niveaus van eiwit structuur en kan deze uitleggen.

5. Nucleïnezuren

5a. Je kan de structuur en de onderlinge componenten (desoxiribose of ribose, fosfaat, purines en pyrimidines)  van DNA en RNA uitleggen en tekenen.

5b. Je kent de 5’en 3’codering en de lettercodes van de basen en kent de verschillen tussen nucleotiden, nucleosiden en basen.

5c. Je kan de verschillen tussen structuur en functie van DNA en RNA beschrijven.

SUIKERS

MACROMOLECULEN ARE POLYMERS BUILD FROM MONOMERS

Lees en bestudeer deze paragraaf. Let daarbij op leerdoel 1 (LD1)

CARBOHYDRATES SERVE AS FUEL AND BUILDING MATERIAL

Bestudeer de eerste 1.5 pagina en ga na of je leerdoel 2a beheerst. Ringsluiting is belangrijk, deze bestudeer je gemakkelijk mbv figuur 3.9 en de figuur hiernaast.

Let goed op de nummering in de lineaire en circulaire vorm.

LD2a

VERVOLG

Kijk goed naar de glycoside binding zoals aangegeven in het boek (en e-book) in de tekst, maar ook in figuur 3.10. Let daarbij op de binding tussen de C1 van de linker suiker met de C4 van de rechter suiker. Dit moet je ook kunnen natekenen.

Kijk naar het verschil tussen alpha en beta-glycosyde binding: zie figuur 3.12.

Op de volgende blz worden de verschillende polysacchariden aangegeven: je moet de verschillen kennen.

LD 2b en 2c

lipiden

LIPIDS ARE ……

Lees en bestudeer deze paragraaf en de figuren 3.13 en 3.14

zie ook filmpje hiernaast voor uitleg.

 

LD 3a en 3b

Fosfolipiden en steroiden zijn andere lipiden. Ze staan in het boek beschreven. Bestudeer ook figuur 3.15 en 3.16. Je moet dit kunnen reproduceren. 

Zie tevens het filmpje hiernaast.

LD 3c.

Eiwitten

PROTEINS INCLUDE A DIVERSITY OF STRUCTURES….

Lees en bestudeer de algemene eigenschappen en de functies van eiwitten

LD 4a en 4b

Er zijn 20 verschillende aminozuren. Dreze staan aangegeven in figuur 3.18. Je hoeft ze (nu) nog niet te kennen, maar besteed wel even aandacht aan de veRschillen in eigenschappen, hydrofoob, hydrofiel en elektrisch geladen. 

stuctuur en functie staat beschreven in figuur 3.17. 

Zie ook filmpje hiernaast over eiwitstructuur.

LD 4c

Nucleïnezuren

NUCLEIC ACIDS STORE AND …..

Lees en bestudeer eerst “the roles of nucleic acids”

Bestudeer verder de bouw van DNA en RNA.  Zie ook het filmpje hiernaast over met name DNA. 

LD 5a en 5b en 5c

verschillen DNA en RNA: zie figuur. Daarnaast is  RNA korter dan DNA en bevat het  slechts de exonen. RNA is ook veel minder stabiel.

LD 5c